Restez au courant de Bionews

"Bio voortrekker in creëren transparante samenleving"

Het ecologische luik is in de biologische landbouw sterk ontwikkeld, maar de sector mag niet op z’n lauweren rusten en moet ook volop de schouders zetten onder de grote socio-economische vraagstukken. Dat zegt de Nederlandse hoogleraar Edith Lammerts van Bueren, die eind vorig jaar afzwaaide aan het Louis Bolk Instituut en Wageningen Universiteit. Ze maakt deel uit van de pioniersgeneratie in de biologische zadenveredeling en is medeverantwoordelijk voor de eerste resistente aardappelrassen.

In het driemaandelijkse BioForum-magazine Bio Actief laat hoogleraar op rust Edith Lammerts van Bueren haar licht schijnen op het belang van wetenschap voor de biosector en de prioriteiten die daarbij gelegd worden. De wetenschapster ging vanaf 1986 aan de slag bij het Louis Bolk Instituut, waar ze eind jaren ’90 een beoordelingskader hielp ontwikkelen over de geschiktheid van diverse veredelingstechnieken voor bio. Van 2005 tot eind vorig jaar doceerde ze aan Wageningen Universiteit.

Lammerts van Bueren zegt niet het geduld te hebben om zich met beleid en regelgeving bezig te houden, maar heeft wel een duidelijke boodschap voor de beleidsmakers: “Beleidsmensen moeten zich goed realiseren dat de genetische diversiteit helaas in de diepvries van genenbanken zit in plaats van op het veld”, aldus Lammerts van Bueren. “Er zijn maatregelen nodig om al die diversiteit terug op het veld te krijgen, willen we in de toekomst voldoende buffermogelijkheden hebben bij een onvoorspelbaar klimaat.”

Het beleid moet daarbij volgens de wetenschapster op een andere manier naar rassen leren kijken: “Rassen hoeven niet per se zuiver te zijn en ook populatierassen, waarvan de individuen genetisch lichtjes van elkaar afwijken, moeten erkend worden. Zo zetten we beter in op diversiteit. In die zin ben ik erg gelukkig met het feit dat het begrip ‘heterogeen materiaal’ in de Europese wetgeving is geraakt.”

Ook rond ggo’s en ethiek heeft Lammerts van Bueren gewerkt. In het ggo-debat maakt ze een onderscheid tussen milieu- en gezondheidsrisico’s, de socio-economische gevolgen zoals fusies van multinationals en patenten, en tenslotte ook ethische bezwaren. “Wij vertrekken van een partner-participant-grondhouding van de natuur, in plaats van een houding als (rent)meester. Voor bio is handelen vanuit respect voor de integriteit van het leven belangrijk en bij ggo’s wordt dit integriteitsbegrip verlaten.”

“We leven in een pluriforme samenleving met verschillende visies die elk hun bestaansrecht hebben”, aldus Lammerts van Bueren. “De overheid wil biotech ondersteunen, maar moet respecteren dat de consument een vrije keuze moet kunnen maken. Als wetenschapper wil ik laten zien dat er ook een alternatief voor ggo’s bestaat en dat er meerdere wegen naar Rome leiden.” De Nederlandse pleit ervoor om niet te kiezen voor de snelste veredelingsmethodes, maar voor methodes gebaseerd op het integrale denken, “eigen aan de biosector”.

“Bio moet weg blijven van de eenzijdigheid die de ziektedruk verhoogt”, zo concludeert ze. “We hebben voor een gediversifieerde voedselproductie nood aan andere financieringsbronnen en verdienmodellen. Daarnaast moet de sector zich ook meer gaan buigen over het sociaal-economische luik. Ik denk aan initiatieven om de werkelijke ecologische en maatschappelijke kosten van landbouwproductie te berekenen. In dat opzicht kan bio een transparantere samenleving creëren.”

Bron: Vilt