Restez au courant de Bionews

Wat eten we in 2030? Voedingsexperts fileren de trends van de toekomst

Er zijn weinig sectoren die zo bol staan van innovatie als de voedingsindustrie. Insectenburgers, zeewierpoeder, vlees uit een laboschaaltje … Wat vandaag nog bizar of veraf lijkt, is morgen misschien dagelijkse kost. Twee experts van het ILVO, het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, nemen het voedsel van de toekomst onder de loep. Nu nog op papier, binnenkort op uw bord: future food in 7 trends.

 

Ons voedingssysteem en de groeiende wereldbevolking botsten op hun grenzen. Vooral de impact op het klimaat wordt een belangrijke drijfveer voor innovatie. Daarnaast is er de stijgende trend van voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen, bij ons en in de rest van de wereld. Enerzijds is er ondervoeding, zeker bij de groeiende groep ouderen. Anderzijds is er overvoeding, met een toename van aandoeningen zoals obesitas, suikerziekte en hart- en vaatziekten als gevolg. Tot slot is de Vlaamse landbouw als toeleverancier voor onze voedingsindustrie economisch en sociaal kwetsbaar. Een ongelijke verdeling van de toegevoegde waarde doorheen de voedingsketen, hoge grondprijzen en andere stijgende kosten zetten de marges in de sector onder druk.

Eén ding is duidelijk: binnen enkele decennia zal wat we eten en hoe het geproduceerd wordt er anders uitzien. Hoe ziet dat duurzame voedsel van de toekomst eruit? Lieve Herman is afdelingshoofd Technologie en Voeding bij het ILVO. Katleen Coudijzer is manager van de Food Pilot, een applicatie- en analysecentrum opgericht door Flanders’ FOOD en ILVO, waar agrovoedingsbedrijven hun producten en processen op punt stellen. Deze experts fileren de belangrijkste trends en onderzoeksdomeinen van de komende jaren.

Trend 1: Ecologisch verantwoorde voeding

“Het veranderende klimaat zal een enorme impact hebben op het voedingssysteem”, stellen de experts. “De transitie naar een nieuw, veerkrachtig en duurzaam voedingssysteem uit zich in twee mogelijke scenario’s voor de toekomst. Scenario’s die allebei hun plaats verdienen, zowel in het onderzoek als in de maatschappij. In de eerste plaats zien we dat consumenten dichter bij hun voedsel komen te staan door meer lokale producten te kopen en ook als ‘prosumers’ zelf te gaan produceren.”

Lieve Herman: “Tegelijkertijd is er een technologische evolutie aan de gang, waarbij alle middelen op het vlak van kennis en technologie worden aangewend om aan nieuwe duurzaamheidseisen te voldoen. ILVO zet in op beide scenario’s. We investeren zowel in een living lab voor agro-ecologie en biologische landbouw als in een living lab voor precisielandbouw, dierlijke productie en food processing. Zo kijken we onder meer naar de factoren die bepalen of een stadslandbouwproject succesvol zal zijn, bestuderen we nieuwe concepten zoals landbouwparken, en ondersteunen we actief de korteketenvoedselproductie op technologisch vlak. Daarnaast voeren we onderzoek naar duurzamere teelten die resistent zijn tegen ziektes of droogte, maar die ook minder energie verbruiken. Technologieën als energiezuinige serres, het hergebruik van restwarmte of precisielandbouw kunnen daarbij helpen. Ook bekijken we hoe we methaan en andere uitstootgassen bij vleesvee kunnen verminderen, bijvoorbeeld via aangepaste voeding, en zetten we in op toekomstgericht onderzoek naar eiwitbronnen die kunnen dienen als alternatieven voor vleeseiwitten.”

Katleen Coudijzer: “Om de duurzaamheid van voedingsmiddelen te bepalen, werken we zoveel mogelijk met levenscyclusanalyses. Die kijken naar een breed palet van milieuparameters, dus bijvoorbeeld niet uitsluitend naar de CO2-emissies, en brengen de milieu-impact gedurende de volledige levensloop van een product in kaart. Als we het over duurzaamheid hebben, proberen we niet enkel naar de ecologische voetafdruk te kijken, maar ook tal van andere aspecten mee te nemen: is het product betaalbaar en lekker, is het cultureel aanvaard en past het in een nutritioneel evenwichtig dieet? Enkel sla eten, dat een lage voetafdruk heeft, maakt nog geen gezond, lekker of haalbaar dieet. Vanuit het ILVO proberen we al die facetten samen te voegen tot de meest aanvaardbare oplossing, om zo de duurzaamheidstransitie stap voor stap en op een voor de consument verteerbare manier te realiseren.”

 

Trend 2: Reststromen valoriseren

Coudijzer: “In 2011 hebben we samen met Flanders’ FOOD onze Food Pilot opgericht, zowel een pilootfabriek als labo’s waarin we bedrijven helpen om hun processen en producten te optimaliseren. Tal van bedrijven, zowel kmo’s als multinationals, komen hier onder begeleiding van onze experts concepten uittesten om duurzamer te produceren. Via specifieke tests helpen we hen niet alleen om producten binnen de korte keten op de markt te zetten, maar sturen we ook aan op minder energieverbruik en bekijken we de mogelijkheden voor valorisatie van neven- en reststromen. Vooral van dat laatste aspect, de circulaire economie, verwacht de voedingsindustrie zelf veel heil.”

Herman: “Via het Europese Interreg-project Food From Food, een samenwerking tussen België en Nederland, helpen we bedrijven om hun plantaardige reststromen te valoriseren tot nieuwe voedingsmiddelen. Een smakelijk voorbeeld is het verwerken van oesterzwamsteeltjes. In principe zijn deze steeltjes een reststroom die ontstaat bij de productie van zwammen. Maar ze zijn ook ideaal om er vegetarische of veganistische vleesvervangers van te maken. Zo zijn er nog tal van interessante reststromen die bijvoorbeeld ontstaan bij de teelt en verwerking van appelen, peren, rabarber, pruimen, uien, witloof, wortel, prei of aardappelen. Als ILVO helpen we bedrijven om een geschikte partner te vinden, die met hun reststromen aan de slag kan om ze een tweede leven te geven. Bedrijven zijn geïnteresseerd in ons netwerk, dat hen helpt om een interessante match te vinden met andere ondernemingen binnen de voedingsindustrie. Al blijft het vaak de grootste uitdaging om reststromen hoogwaardig en voedselveilig te transporteren.“

Trend 3: Minder dierlijke proteïnen

Herman: “Hoe moeilijk het ook is om in de toekomst te kijken, één ding is duidelijk: de Vlaamse consument zal gemiddeld minder vlees eten, en de consumptie van dierlijke eiwitten zal afnemen. Die trend tekent zich nu al af. Maar binnen dat scenario moeten we er wel voor zorgen dat iedereen ook met minder vlees voldoende eiwitten opneemt en nutritioneel in evenwicht blijft. Dat doen we door hoogwaardige plantaardige voedingsproducten te ontwikkelen en door die producten zo goed mogelijk te laten lijken op het vlees dat we gewoon zijn, voornamelijk qua structuur en het gevoel in de mond. Zulke ontwikkelingen zullen nodig zijn om de eiwittransitie echt waar te maken. Wij hebben onderzoeken lopen met soja, quinoa en allerlei plantaardige reststromen. Vooral de mogelijkheden van peulvruchten worden momenteel onderzocht, omdat die ook in diverse gezondheidsaanbevelingen zijn opgenomen en in eigen land in voldoende grote volumes geproduceerd kunnen worden.”

Coudijzer: “Via levenscyclusanalyses voor vleesvervangers brengen we de totale milieubelasting in kaart, over de volledige levensloop van een product. We betrekken hierin ook de nutritionele waarde en hun plaats in een evenwichtig dieet. Het goede nieuws: zulke producten zijn eenvoudig te produceren, met een hoge voedingswaarde, en kennen een minder complexe regelgeving dan andere alternatieve eiwitbronnen zoals biomassa’s van bijvoorbeeld schimmels en bacteriën, wieren en insecten. Alleen: ze moeten ook in de smaak vallen. Mensen zullen er pas echt voor kiezen als ze er de textuur, de smaak en de structuur van hun vertrouwde biefstuk in herkennen. Daarom proberen we de typische collageenstructuur van vlees te evenaren. We werken ook aan hybride vleesproducten waarin enkel een deel van het vlees door plantaardige bronnen werd vervangen, terwijl de structuur van het oorspronkelijke vleesproduct behouden blijft. Enkel aan het etiket op de verpakking zal je merken dat je gedeeltelijk plantaardig vlees eet.”

 

Trend 4: Aangepast voedsel voor elke leeftijd

Herman: “Meer nog dan nu zullen we binnen enkele jaren vertrouwd raken met aangepaste diëten en maaltijden, afgestemd op ieders leeftijd en levenswijze. Zoals er nu al baby- en sportvoeding in de rekken ligt, zal verrijkte voeding voor oudere mensen een nieuwe norm worden. Logisch ook: onze bevolking vergrijst, dus moeten we ervoor zorgen dat de groeiende groep ouderen voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt.”

“Het is daarnaast belangrijk dat dergelijke functionele voeding niet alleen heilzaam en veilig is, maar ook lekker smaakt. Brood kan je verrijken met eiwitten, maar dat heeft gevolgen voor het rijsproces en dus ook voor de smaak. Een andere doelgroep bestaat uit mensen met neurologische aandoeningen die vaak slikproblemen hebben, waardoor ze aangepaste, ingedikte voeding moeten gebruiken. Maar ingedikte voeding is niet zo lekker. Ze gaan steeds minder eten en raken ondervoed. Dat maakt hen vatbaar voor ziektes en infecties, en ze sterven vaak vroegtijdig. Een goede smaak zal dus de eerste vereiste zijn bij de ontwikkeling van nieuwe voeding.”

Trend 5: Duwtjespolitiek

Coudijzer: “Hoe we de voedselmarkt en het eten op ons bord zo gezond en duurzaam mogelijk maken? Door bedrijven zo goed mogelijk te begeleiden en tegelijk de overgang voor de consument zeker niet te bruusk te laten verlopen. Je kan mensen niet verplichten om duurzamer te gaan eten. Via een duwtjespolitiek van kleine, zachte nudges komen we al een heel eind. Denk aan hoe de voedingssector in overleg met de overheid de hoeveelheid suiker in frisdranken of het zoutgehalte van ons brood heeft afgebouwd. Onze voeding wordt zachtjesaan gezonder, maar niemand eet daarom een boterham minder.”

“Ook door afspraken met de retailsector krijg je invloed op de markt én op het voedingspatroon van iedereen. Zo is het een trend van de afgelopen jaren dat supermarkten seizoensgroenten in de kijker zetten. Wie had tien jaar geleden al van pastinaak gehoord? Intussen zijn die ‘vergeten groenten’ volop ingeburgerd. De consument laat zich intuïtief sturen door het aanbod. Op die manier worden consumenten via discrete duwtjes tot duurzame keuzes gebracht.”

Trend 6: Krekels en wieren

Herman: “Insecten staan al jaren op onze radar als een bijzonder nuttig product, maar er bestaat nog veel scepsis en afkeer voor. Let op, niet alle insecten komen in aanmerking als voedingsproduct. We kijken specifiek naar meelwormen en in mindere mate naar krekels, vanwege hun voedingswaarde en het gebruiksgemak. Meelwormpjes kan je makkelijk drogen, blancheren en vermalen. Ze zijn dus eenvoudig te verwerken in poeders, die even nuttig kunnen zijn als andere eiwitrijke poeders. We verwachten dat deze toepassingen de perceptie van de consument in de komende jaren zullen veranderen.”

“Ook algen en wieren worden aan het ILVO in specifieke aquacultuurlabo’s bestudeerd. Vooral de voedselveiligheid van dit soort biomassa houden we in de gaten. Eetbare wieren bevatten hoge dosissen eiwitten, maar ze kunnen in sommige gevallen giftige stoffen aanmaken. Er zit toekomst in, maar het zal wel nog even duren voor algen en wieren de weg vinden naar de supermarkt om de hoek.”

Trend 7: Big data en blockchain voor een betere voedselveiligheid

Herman: “Dankzij het managen van big data verwachten we een stroomversnelling op het vlak van voedselveiligheid. De controle zal vele malen verfijnder en transparanter worden. Via blockchain kunnen we enorme hoeveelheden data eenvoudig beveiligen en doorlinken doorheen de verschillende schakels van de voedselketen. Om de mogelijkheden te verkennen, startte ILVO met Europese steun een datahub op waarmee we nu al een testcase in de zuivelkolom uitrollen. Verschillende partners uit de productielijn van de melksector zijn bereid om onder vooraf afgesproken voorwaarden hun gegevens met elkaar te delen. Van op de boerderij tot in het zuivelbedrijf worden runderen, melkmachines en melk regelmatig getest, maar momenteel staan al die resultaten nog los van elkaar. Via de datahub en blockchaintechnologie kunnen we die data in één onafhankelijke keten beveiligen. Elke ontwikkeling die het product doormaakt, wordt via een digitaal certificaat vastgelegd in de blockchain. Met respect voor het eigendomsrecht kan je op deze wijze massale hoeveelheden gegevens met elkaar delen.”

Coudijzer: “Die manier van werken voorkomt voedselfraude onderweg en geeft de mogelijkheid om producten met afwijkende waarden snel uit de productielijn te verwijderen. Bovendien kan je een toekomst voorzien waarbij de consument in de winkel de hele levensloop van het product eenvoudig kan achterhalen, bijvoorbeeld via een scan-app en een QR-label. In de Food Pilot helpen we bedrijven samen met Flanders’ FOOD om de verdere digitalisering van hun productieproces te implementeren in hun productielijnen. Op het vlak van kwaliteit, voedselveiligheid en transparantie van de voedselketen biedt dat enorme mogelijkheden.”

Bron: Susanova