Vlaamse hommelkweker doet overname in Mexico

Biobest, dat hommels levert aan fruit- en groentetelers in de biotuinbouw, doet zijn derde overname in een half jaar. Daarbovenop legt de Floridienne-dochter 15 procent organische groei per jaar voor.

Witte vliegen, bladluizen en donderbeestjes, het zijn maar enkele van de vele insecten waar fruittelers en tuinbouwers strijd mee leveren om hun oogst te beschermen. Decennia namen ze hun toevlucht tot chemische bestrijdingsmiddelen. ‘Maar dat wordt steeds moeilijker’, zegt Herman Van Mellaert, directeur business development bij Biobest. ‘Niet alleen worden de overheidsregels voor bestrijdingsmiddelen strenger, ook worden consumenten en dus supermarktketens kritischer voor chemische residuen in groenten en fruit. En vooral: almaar meer roofinsecten worden resistent tegen klassieke pesticiden. Biologie is vaak effectiever en goedkoper dan chemie geworden.’

 

Overname in Mexico

En dus heeft het Kempische Biobest, dat behalve hommels voor de bestuiving van gewassen nog een 50-tal insecten als biologische gewasbeschermers kweekt, de wind in de zeilen. Het bedrijf kan een organische groei van 15 procent per jaar voorleggen. Boven op twee overnames in Kenia en Denemarken eerder dit jaar heeft het nu de hand gelegd op het Mexicaanse Imex.

 

Biobest werkte al jaren samen met de distributeur van biologische bestrijdingsmiddelen, die een omzet van 8,5 miljoen euro boekt en 50 werknemers telt. Het Kempische bedrijf verdeelt hommels en andere insecten via Imex in Mexico. Voor de hommelkweek had het een joint venture opgericht met de Mexicanen. Biobest neemt het geheel over voor een niet nader genoemd bedrag. ‘Doordat Imex onderdeel wordt van ons bedrijf, staan we nog dichter bij de regionale markt. De productie van biologische groenten en fruit voor de VS draait daar op volle toeren.’ We zetten ook in op andere insecten zoals lieveheersbeestjes of roofmijten als de natuurlijke vijanden van beestjes die de oogst wegvreten.

 

Biobest

Biobest is mede dankzij de overnames niet meer alleen de grootste kweker ter wereld van hommels, levensnoodzakelijk voor de bevruchting van groenten en fruit. ‘Dertig jaar hebben we alleen hommels gekweekt’, zegt Van Mellaert. ‘Vandaag is die activiteit nog maar goed voor een derde van de 60 miljoen euro omzet. We zetten ook in op andere insecten zoals lieveheersbeestjes of roofmijten als de natuurlijke vijanden van beestjes die de oogst wegvreten.’

 

Hommels als breekijzer

De hommels blijven wel erg belangrijk voor het bedrijf, stelt Van Mellaert. ‘Op jonge markten zoals Mexico, China of Brazilië starten we vaak met onze hommels, die dan het breekijzer vormen voor onze andere producten. In Kenia zijn hommels niet eens welkom: de beestjes komen er niet voor en je mag ze dus niet invoeren. Bovendien is vooral de bloementeelt daar belangrijk. En voor bloemen heb je geen bestuiving nodig.’

Waar de grootste sterkte van Biobest ligt? ‘In één woord: in de kennis van het bedrijf’, zegt Van Mellaert. ‘Het allermooiste aan de industriële hommelkweek in gevangenschap is om de juiste dar (mannetje) aan de juiste koningin te koppelen. Maar ook de logistiek is precisiewerk: je moet ze just-in-time transporteren naar alle hoeken wereldwijd. Als een nest klaar is, kan je dat niet twee weken op het schap laten staan. Ten slotte is er onze kennis van de diverse teelten, plagen, weersinvloeden en het klimaat, waarvoor we op maat een cocktail van al onze producten uitwerken.’

 

1.000 werknemers

Na de overnames van begin dit jaar telt Biobest bijna 1.000 werknemers, van wie 400 in Marokko en Kenia. In Westerlo werkt een 170-tal mensen die onderzoek en ontwikkeling doen en instaan voor de verkoop. Biobest exporteert naar 60 landen op vijf continenten. Zo kreeg het in 2012 als enige bedrijf de overheidstoelating om hommels naar China te exporteren, vooral om de gigantische oppervlakten voor tomatenteelt - groter dan in Europa - te bewerken.

 

Sinds 2011 is het bedrijf, dat in 1987 ontstond in de garage van de veearts Roland De Jonghe, bijna volledig in handen van de holding Floridienne.

 

Bron: De Tijd