Blijf op de hoogte van Bionews

"Fair trade enige garantie op leefbaar loon voor bio"

Zolang de vraag groter is dan het aanbod geniet de biologische sector van een gunstige prijsvorming, maar waakzaamheid is geboden. De komst van enkele grotere bioboeren kan de markt (tijdelijk) verzadigen, en dus kan de sector maar beter anticiperen. Dat vindt Wervel, de beweging voor gezonde landbouw. De organisatie gelooft in de uitbouw van een fairtrademechanisme voor boeren in het noorden en kijkt daarvoor richting het Belgische Biogarantie label. 

Het gaat hard in de biosector. Jaar na jaar maken de consumptiecijfers flinke sprongen naar boven. Zo snel dat de productie niet kan volgen. Volgens de economische basisregels van vraag en aanbod betekent dit voor de producenten een gunstige marktsituatie, want de grote vraag drijft de prijs naar boven. Maar hoelang blijft die situatie nog duren? En wat als een sterk stijgend aanbod de bioboeren in een precaire marktsituatie brengt en de sector blootgesteld wordt aan de prijsvolatiliteit en grote marktdruk die de gangbare landbouw bij momenten teistert?

Succes brengt nieuwe uitdagingen met zich mee, en dus vindt Wervel het hoog tijd dat er nagedacht wordt over de economische duurzaamheid van bio. “De marktmechanismen die in de gangbare landbouw lage prijzen tot gevolg hebben, zijn identiek voor de biolandbouw”, aldus Wervel. “Er is in het huidige economische model geen enkele garantie dat het biolabel ook voor een redelijke prijs zorgt. We zijn ervan overtuigd dat het 5 voor 12 is om in actie te schieten.”

Wervel gooit alvast een steen in de kikkerpoel en stelt voor om het fairtrademechanisme uit te breiden voor boeren in het noorden, omdat het “de enige garantie is op een leefbaar loon”. Wervel deed een poging om een fairtradeprijs te berekenen voor bio aardappelen en botste meteen op een aantal vragen. “Elke berekening houdt keuzes in: welk loon willen we voor de boer, wat is de waarde van grond, enz.”, zo klinkt het. “De technische uitwerking is niet zo moeilijk, wel om de fairtradeprincipes af te stemmen op de diversiteit aan bedrijven die actief zijn in de sector.”

Voor de uitwerking van de fairtradeprijs kijkt Wervel richting het Biogarantie label. “Niemand heeft baat bij een wildgroei aan labels”, aldus Wervel. “En dus leggen we de vraag op tafel: kan en wil Biogarantie zijn focus uitbreiden? Is Biogarantie bereid om echt het verschil te maken tegenover de waaier van andere labels? Want de combinatie van ecologische en economische garanties in één label zou ongetwijfeld een sterke meerwaarde betekenen in het voedsellandschap, en we zijn ervan overtuigd dat dit ook voor Biogarantie een nieuwe en welgekomen impuls kan zijn.”

Biogarantie wordt gezamenlijk beheerd door BioForum Vlaanderen en de Waalse tegenhangers Probila Unitrab en UNAB. “Wij delen de bezorgdheid en we weten dat ook veel boeren die delen”, aldus Lieve Vercauteren, directeur van BioForum Vlaanderen en bestuurder voor Biogarantie. “Indien er een overaanbod aan bio ontstaat, zijn goede prijzen niet langer gegarandeerd omdat we in dezelfde economische logica terechtkomen. Voorlopig groeit de vraag ook nog, bij ons en in het buitenland, en horen we vanuit de retailers en de bedrijven dat er niet meteen een overschot ontstaat. Dat belet niet dat er soms schokken ontstaan waardoor er tijdelijk druk komt op de markt. Het is dus van belang dat de groei van de productie geleidelijk gaat en de groei van de markt volgt.”

“De vraag naar een faire prijs voor de boer volgen wij en is al voorzien als een volgende stap in de uitbouw van het Biogarantielabel, waar we ook de Belgische producten beter herkenbaar willen maken”, aldus nog Vercauteren. “Het is nog zoeken naar een werkbaar en controleerbaar model dat voor veel verschillende producten toepasbaar is. We kijken daarvoor met interesse naar het label "Prix Juste Producteur" dat het Waalse "Collège des Producteurs" ontwikkeld heeft. Biogarantie is bereid om de uitdaging op te nemen en we nodigen Wervel uit om mee na te denken over de omzetting van "eerlijke prijs" in een lastenboek.” 

Bron: Vilt